Stef de Winter

Gelegenheid Maakt de Dief - Deel 4

Gelegenheid maakt de dief
T

hea is ervan overtuigd dat haar acties op de Quality-afdeling van Qlügol heel normaal zijn en dat dit toch zeker wel overal voorkomt. “Dit komt jou toch ook niet onbekend voor, Stef?” Ik mompel iets onverstaanbaars en verslik me bijna in mijn laatste slok koffie wanneer Thea mij vraagt wat voor werk ik eigenlijk doe naast het schrijven van een roman in mijn vrije tijd…

Jeetje. Op die vraag was ik eigenlijk niet (meer) voorbereid. Zo zie je maar, dat dat rare spreekwoord van iets met een kan, alcohol en wijsheid wel degelijk ergens op slaat. Mijn benevelde brein werkt op volle toeren, voor zover mogelijk, terwijl Thea mij vragend en behoorlijk indringend aan blijft kijken. Haar scheve wimpers nu als afgezakt rolgordijn voor haar ogen flapperend. Haar tranen hebben het er zeker niet beter op gemaakt. Joop steekt intussen ook nog even zijn hoofd om de hoek met de vraag of we nog een bakkie willen, terwijl mijn telefoon naast mij op de bank hard ligt te trillen. Maar ik kan me nu niet af laten leiden, want Thea’s ‘mood’ is enigszins omgeslagen en ik besef dat ik er niet langer omheen kan draaien. Bovendien staat eerlijkheid bij mij heel hoog in het vaandel, dus ik kijk Thea aan terwijl ik haar zeg dat ik een bedrijf run dat onder andere zorgt voor de implementatie van fraudepreventie bij bedrijven. En dat ik deze bedrijven adviseer op het gebied van functiescheiding, management rapportages, cultuur…noem het maar op. Ik verwacht nu een dronkenvrouwstirade van Thea, maar niets is minder waar. Het is haast alsof Thea opgelucht is. Opgelucht dat ze het iemand heeft kunnen vertellen en ook opgelucht dat ik iemand blijk te zijn die haar dit gaat ‘verbieden’. Natuurlijk kan ze niet anders dan stoppen met haar zwendel, want ze weet dat ik anders aan de bel zal trekken bij haar werkgever. Dat ben ik moreel verplicht. Maar ze kiest ervoor om verantwoordelijkheid voor haar acties te nemen. Een kwaliteit die ik zeer in haar waardeer.

Het blijft even stil. Een ongemakkelijke stilte, waarin we allebei naar woorden zoeken. Tegelijkertijd beginnen we weer te praten, dus ik houd direct weer mijn mond om Thea haar zegje eerst te laten doen. “Oké, busted. Ik ben er ook niet trots op, als ik heel eerlijk ben. Maar als recent-gescheiden alleenstaande is het financieel even niet zo makkelijk en dit leek me nu wel zo’n mooie ‘maas-in-de-wet’ die sommige geluksvogels weten te vinden. Ik vond het eigenlijk nogal slim van mezelf.” Thea grinnikt. “Goed dat je dat inziet, Thea, begin ik. En sorry dat ik niet eerder uitkwam voor wat voor werk ik doe. Je overviel me een beetje met je bekentenis en de Qlügol maakte mij er niet veel scherper op.” We lachen nu allebei. “Maar vind je dan niet dat dit Qlügol’s eigen schuld is?” vraagt Thea mij. “Als ik heel eerlijk ben? Deels wel natuurlijk. Voorkomen is nu eenmaal beter dan genezen. Maar als werkgever mag je ook zeker verwachten dat je werknemers betrouwbare mensen zijn. En bovendien is het als werknemer niet zo slim om dit soort dingen te doen, omdat je niet alleen kans hebt ontslagen te worden, maar ook nog eens achter de tralies terecht kunt komen vanwege de fraude die je gepleegd hebt. Je werkgever zal zijn wonden ook likken, maar een schaafwondje is toch wel heel iets anders dan een 3egraads brandwond waar je voor de rest van je leven een litteken van overhoudt. Snap je wat ik bedoel?” Thea kijkt me met grote ogen verschrikt aan. Zo had ze er nog niet tegenaan gekeken. “Denk je dat ik het terug kan draaien, Stef?” “Weer eerlijk, Thea? Ik denk dat je alles op moet biechten, geleden schade terug moet betalen en met een oplossing moet komen van hoe management dit soort wantoestanden zou kunnen voorkomen. Bij dat laatste kan ik je wel helpen”, zeg ik. “Maar ja”, ga ik door, “geen garantie op baanbehoud. Als ik jouw werkgever was zou ik niet weten of ik je nog in dienst zou willen houden. Maar weet je Thea, het is wel eerbehoud en rustig slapen ’s nachts. En ik denk dat dat ook heel wat waard is.”  

Thea en ik staan weer buiten en kijken elkaar aan. Allebei heel wat wijzer geworden. We geven elkaar de hand, gevolgd door een knuffel. Thea bedankt mij voor mijn luisterend oor en advies en heeft aangeboden op ons feestje Qlügol in die mooie Qlügol cocktail-glazen te komen schenken. Áls ze er dan nog werkt natuurlijk. Als tegenprestatie heb ik Thea aangeboden mee te denken met een preventieve oplossing voor haar leidinggevenden, maar op voorwaarde dat ze vóór vrijdag a.s. met haar manager heeft gesproken. Zo niet, dan volgt er een telefoontje van mijn kant. Thea staat op goede voet met haar manager en heeft goede hoop dat hij haar bij zal staan in het opruimen van de rommel die ze heeft gemaakt. Én bij het onder ogen komen van het managementteam en HR, want dat vindt ze toch wel het allerspannendst. Dit zal een intensief weekje worden voor Thea, maar ze zat er toch best wel een beetje mee in haar maag en zegt blij te zijn dat ze het nu kan stoppen en goed kan maken. En ik geloof haar.

Op de grote klok van de Laurenskerk zie ik dat het alweer bijna twee uur is. Mijn Qlügol-level is intussen weer gezakt, maar ik ga toch geen risico’s nemen. Ik besluit inderdaad het OV naar huis te nemen en de auto te laten staan. Ik heb Bas al geappt en hij is intussen ook weer thuis. Zowel Nick als Lucy waren zo moe, waarschijnlijk nog van de terugreis vanuit Frankrijk, dat Bas ze zonder morren op bed heeft kunnen leggen. Hij heeft zich alvast op de bank gesetteld voor de Tour die zo direct begint, want ik begrijp toch zeker wel dat de kids de rest van de middag en avond mijn verantwoording zijn. Fair enough. Ik excuseer mij nogmaals voor het feit dat ik zo laat ben, maar gek genoeg maakt dat Bas juist wat kriegelig. Blijkbaar had hij van mij toch al niet anders verwacht en was het hem niet eens als storend opgevallen. Ik weet niet of dat goed is of niet, maar voor nu neem ik die reactie graag voor wat ‘ie is. Dat is weer een gesprek voor een ander moment. Ik doe een kauwgompje in mijn mond, neem een slokje water en loop richting Blaak om de metro te pakken. Een half uurtje later steek ik de sleutel in het slot en stap ik ons paleisje binnen. Het huis is in diepe ruste. Ik kijk in de spiegel om te checken of ik er niet al te verlept uit zie na mijn Qlügol-ervaring, en tot mijn grote verbazing zie ik een dikke zwarte streep op mijn wang zitten. Wanneer ik van dichtbij kijk, zie ik tot mijn grote hilariteit dat het de nepwimpers van Thea zijn! Onze Thea heeft haar sporen wel nagelaten 😉

Montis Q&A
Q:
Hoe kun je als bedrijf het risico beperken dat medewerkers fraude plegen?
A:
Door goede richtlijnen en procedures op te stellen en consequent in- en door te voeren a.d.h.v. controle-momenten, kun je zowel je bedrijf als je werknemers beschermen tegen frauduleuze handelingen. Nooit de kat op het spek binden dus! 
Q:
Is het bedrijf dan verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude?
A:
Die verantwoordelijkheid ligt bij zowel de onderneming (management en toezichthouders) als bij de medewerkers zelf. De onderneming heeft een verantwoordelijkheid naar zijn stakeholders om de gelegenheid zoveel mogelijk te beperken (o.a. door middel van cultuur, procedures etc.). Medewerkers hebben een verplichting om integer en in lijn met geldende wet- en regelgeving te handelen.
Een periodieke risico analyse, het invullen van mitigerende maatregelen en een constante dialoog over het onderwerp zorgt voor awareness en draagt bij aan het beperken van de risico’s.
Call Now Button